zuigen – English–Nederlands translations

🇳🇱 nl en 🇬🇧

zuigen verb

  /ˈzœy̯.ɣə(n)/
  • 1. (met de mond) naar zich toe trekken
suck
  • 2. de moedermelk in zich opnemen
suckle, nurse
  • 3. doorgaand treiteren
nag, pester
Wiktionary Links