afgaan – Español–Nederlands translations

🇳🇱 nl es 🇪🇸

afgaan verb

  • 1. naar beneden gaan
bajar, descender
  • 7. verminderen
aminorar, bajar, decrecer, disminuir, reducir
  • 2. afgeschoten worden
dispararse
  • 8. stoelgang hebben, ontlasting hebben
evacuar
  • 3. een slechte indruk nalaten
fracasar
  • 6. van iets vandaan gaan
irse, salir
  • 5. bezoeken
visitar
Wiktionary Links