bezorgen – Español–Nederlands translations

🇳🇱 nl es 🇪🇸

bezorgen verb

  • 1. iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
entregar, procurar
  • 4. verschaffen
agenciar, deparar, facilitar, procurar, proporcionar
  • 2. bij iemand veroorzaken
causar, ocasionar, producir
  • 3. goederen op een bepaalde plaats brengen
entregar, llevar a domicilio, repartir
Wiktionary Links