convenir – Español–Nederlands translations
🇪🇸 es nl 🇳🇱
convenir verb |
|
|---|---|
| afspreken, betamen, een schikking treffen, gelegen komen, het eens zijn, overeenkomen | |
Wiktionary Links
- español: convenir
convenir verb |
|
|---|---|
| afspreken, betamen, een schikking treffen, gelegen komen, het eens zijn, overeenkomen | |