hal – Español–Nederlands translations

🇳🇱 nl es 🇪🇸

hal noun

  /ɦɑl/
  • 1. ruimte achter de voordeur
vestíbulo
  • 3. een grote overdekte ruimte gericht op het uitvoeren van activiteiten
mercado
  • 2. een entreeruimte in een gebouw of huis, een ontvangstruimte
sala

hal noun

  /ɦɑl/
  • 1. hardheid van de grond tengevolge van de vorst, plek bevroren grond, hardbevroren aardkorst
suelo congelado
Wiktionary Links
  • English: Hal
  • Nederlands: hal