overvallen
verb
|
- 1. bij verrassing iemand belagen of overweldigen
|
emboscar,
acometer,
atracar
|
- 2. bij verrassing een pand aanvallen (om bijv. te beroven
|
acometer,
atracar,
robar
|
- 3. zodanig verassen en verbazen dat je er niet direct een antwoord op hebt
|
tomar por sorpresa
|