spoor – Español–Nederlands translations

🇳🇱 nl es 🇪🇸

spoor noun

  • 1. twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein rijdt
vía, raíl de ferrocarril
  • 3. afdruk
rastro, huella, pista
  • 2. spore
espora
  • 9. metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de rijlaars
espuela
  • 10. doornachtige uitsteeksel aan de poten van mannelijke, hoenderachtige vogels
espolón
Wiktionary Links