vizier
noun
|
- (geschiedenis) minister of hoog staatsdienaar, rechterhand onder een Oosters heerser zoals een sultan (meestal voorafgegaan door primo, groot, eerst)
|
visir
|
vizier
noun
|
- (militair) (historisch) klep aan een hoofddeksel of opening in een helm waar men doorheen kan kijken
|
visera
|
- (militair) richttoestel op de loop van een vuurwapen
|
alza,
mira
|
- in het vizier hebben: je richten op een haalbaar doel, (van personen) als doelwit (van een aanval, acquisitie, kritiek, wantrouwen, e.d.) nemen
|
tener en el punto de mira
|