afscheiden – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

afscheiden

séparer

afscheiden verb

  • 2. een stof voortbrengen en afgeven aan de omgeving
cacher
  • 1. afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen
disjoindre
  • 3. een apart (kerk)genootschap of aparte staat gaan vormen
faire sécession
Wiktionary Links