afspelen – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

afspelen verb

  • 1. afdraaien
jouer
  • 2. tot het einde toe spelen
jouer jusqu'au bout
  • 4. zich ~: gebeuren
se produire
  • 3. iets door veelvuldig bespelen bederven en onbruikbaar maken
user
Wiktionary Links