dat – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

dat conjunction

  • 1. een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
que

dat relativePronoun

  • 1. beperkend in een bijzin die het nog niet geheel bekende antecedent nader bepaalt
qui, que

dat demonstrativePronoun

  • 1. wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt
cela, ça
Wiktionary Links
  • Nederlands: dat