🇫🇷 fr nl 🇳🇱
foutre verb
/futʁ/
|
|
|---|---|
|
neuken |
|
er niet om geven, niet kunnen schelen, niets van aantrekken |
foutre noun {m}
/futʁ/
|
|
|---|---|
| sperma, zaad | |
- aller se faire foutre
- opdonderen, opflikkeren, ophoepelen, opsodemieteren, kus mijn kloten, opzouten
- va te faire foutre
- rot op
- se foutre de la gueule de
- bespotten
- foutre en l’air
- braakliggend
- jean-foutre
- een Jan m'n kloten
- n’en avoir rien à foutre
- kunnen bommen
- se foutre de
- maling hebben aan
- foutre la paix
- met rust laten
- foutre le camp
- naar de klote, opsodemieteren
Wiktionary Links
- français: foutre