gapen
verb
/ˈɣa.pə(n)/
,
/ˈɣaː.pə(n)/
,
/ˈχa.pə(n)/
|
- met open mond vol verwondering ergens naar kijken
|
badauder
|
- (figuurlijk) een groot gat/grote holte vertonen; wijd openstaan
|
bayer
|
- inergatief heel diep inademen met de mond ver open, moeilijk om bewust tegen te gaan
|
bâiller
|