🇳🇱 nl fr 🇫🇷

gat noun

  /ɣɑt/ , /χɑt/
  • opening of holte
  • (overdrachtelijk) een tekort of ontbrekend deel
trou
  • (verkleinwoord), (tandheelkunde) gaatje: een geval van tandwolf
creux
  • (dim gatje) achterste
derrière
  • (meervoud) gaten: ogen
yeux
Wiktionary Links