ijs – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

ijs noun

  /ɛɪ̯s/ , /ɛːs/
  • 1. de vaste vorm van water, bevroren water
  • 2. een lekkernij die in bevroren toestand wordt gegeten
glace
Wiktionary Links
  • Nederlands: ijs