lid – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

lid noun

  • 1. iemand die behoort tot een groep, organisatie of sekte
  • 5. deel van het lichaam
membre
  • 6. deel van een insect
article
  • 9. deksel
couvercle
  • 7. deel van de stengel dat zich tussen de twee knopen bevindt
entre-nœud
  • 8. deel van een samengesteld woord
morphème
Wiktionary Links
  • français: LID
  • Nederlands: lid