ontslaan – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

ontslaan verb

  • 1. arbeidsovereenkomst beëindigen
licencier, virer
  • 2. iemand ontslaan van een verplichting
libérer, entbinden
  • 3. beëindigen van een ziekenhuisopname
sortir
Wiktionary Links