paraître – Français–Nederlands translations

🇫🇷 fr nl 🇳🇱

paraître verb

  /pa.ʁɛtʁ/
  • Sembler ; avoir l’apparence
lijken, schijnen, uitzien
eruitzien, eruitzien als, het uiterlijk hebben van, opdagen, opdraven, overkomen
  • Être mis en vente ou en circulation, en parlant d’un livre ou d’une publication
uitkomen, verschijnen
Wiktionary Links