rust – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

rust noun

  /rɵst/
  • 2. tijdelijke toestand van ontspanning na arbeid, moeite of inspanning
repos, calme
  • 1. voortdurende toestand van kalmte
tranquillité
  • 4. pauze in een wedstrijd
mi-temps, pause
  • 5. moment van stilte in muziek
pause, tacet
  • 3. periode van weinig of geen activiteit
repos
  • 6. steunpunt
point d'appui
  • 7. bevestigingspunt voor het want
porte-hauban(s)
Wiktionary Links