schoot – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

schoot noun

  /sxot/ , /sχot/
  • 3. een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten
écoute
  • 2. baarmoeder
flanc
  • 1. de bovenkant van de dijen van iemand die zit
giron
Wiktionary Links