spits – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

spits noun

  • 1. grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen
heure de pointe
  • 2. binnen een ploeg een aanvallende speler die een positie opzoekt waarin hij een doelpunt kan maken
attaquant
  • 4. scherp, puntig uiteinde
pointe, bout, flèche
  • 5. type hond met een spitse snuit
spitz
  • 3. klein vrachtschip, binnenschip (ook wel gebruikt als woonboot)
péniche

spits adjective

  • 1. in een punt uitkomend
pointu
  • 2. scherpzinnig
incisif, pointu

🇫🇷 fr nl 🇳🇱

spit noun {m}

  /spit/
bout
Wiktionary Links