sturen – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

sturen verb

  /'styːrə(n)/
  • 4. de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt.
diriger
  • 6. [een persoon] ergens heen doen gaan
envoyer, renvoyer
  • 5. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert.
commander, piloter
  • 2. het stuur van een auto bedienen.
conduire
Wiktionary Links