trouw – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

trouw adjective

  /trʌʊ/
  • 1. op wie men steeds opnieuw een beroep kan doen
fidèle

trouw noun

  /trʌʊ/
  • 1. het zich houden aan...
fidélité
Wiktionary Links