val – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

val noun

  /vɑɫ/
  • 2. ten gevolge van de zwaartekracht naar beneden gaan
  • 3. onvrijwillig ergens op terecht komen
  • 4. hoogte van waarvandaan iets naar beneden valt
chute
  • 1. omlaag gaan
chute, descente
  • 5. van zijn macht beroofd worden
chute, écroulement
  • 6. richting van de stof, waarbij de figuren op de stof naar beneden gaan
pli
  • 8. beweegbare vloer van een ophaalbrug
tablier

val noun

  /vɑɫ/
  • 10. apparaat met een vallende deur of klem met als doel dieren te vangen
piège
  • 11. lijn waarmee een vlag, zeil of rondhout gehesen kan worden
drisse

🇫🇷 fr nl 🇳🇱

val noun {m}

  /val/
vallei, kloof
Wiktionary Links