🇫🇷 fr nl 🇳🇱
vue noun
/vy/
|
|
|---|---|
|
uitzicht, gezicht |
|
uitzicht |
- point de vue
- uitzicht, visie, zienswijze
- longue-vue
- verrekijker
- vue d’ensemble
- overzicht
- garde à vue
- aanhouding, voorarrest
- en vue de
- gezien, om, in het zicht van
- à vue d’œil
- zienderogen
- compte à vue
- betaalrekening
- à première vue
- op het eerste gezicht
- à vue de nez
- bij benadering, op het eerste gezicht