zeil – Français–Nederlands translations

🇳🇱 nl fr 🇫🇷

zeil noun

  • 1. doek dat in een mast gehesen is met als doel wind te vangen
voile
  • 3. vloerbedekking met een onderlaag van weefsel (jute) en een harde kunststof bovenlaag
linoléum
  • 4. doek voor diverse doeleinden
bâche
  • 5. schip (een vloot van x zeilen)
navire
  • 2. het geheel van alle zeilen van een schip
voilure
Wiktionary Links