Nederlands Polski
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 1. een taal oorspronkelijk van het Arabisch schiereiland en de taal waarin de Koran gelezen hoort te worden
arabski aˈrapsʲci
arabszczyzna ˌarapˈʃʧ̑ɨzna
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 2. een van het Aramitisch afgeleid alfabet dat gebruikt wordt voor het schrijven van het Arabisch, Perzisch, Pashto, Urdu en Oeigoers
arabski aˈrapsʲci
Arabisch /ɑ'rabis/
  • 1. verwijzend naar de Arabische taal,cultuur,het alfabet of Arabië
arabski aˈrapsʲci
Egyptisch Arabisch
  • 1. vorm van Arabisch gesproken door 64 miljoen mensen in Egypte
egipski arabski
Wiktionary Links