bel – Nederlands–Svenska translations

🇳🇱 nl sv 🇸🇪

bel noun

  • 1. klok, schel, zoemer
  • 6. een rond, schaalvormig metalen voorwerp in de vorm van een klok of halve bol al dan niet met klepel...
klocka
  • 4. luchtblaas in water, zeepbel
bubbla
  • 2. Falkenschelle
liten klocka
  • 3. oorbel
örhänge

Bel properNoun

  • 2.
Baal
Wiktionary Links