slot – Nederlands–Svenska translations

🇳🇱 nl sv 🇸🇪

slot noun

  • (techniek) mechanisme of elektronisch(-mechanische) hulpmiddel waarmee in combinatie met een sleutel of ander mechanisch hulpmiddel, of een cijfercode, een vingerafdruk of ander biometrische eigenschap een object met bijvoorbeeld een deur of een raam kan worden afgesloten
lås, slott

🇸🇪 sv nl 🇳🇱

sluta verb

slutar/sluter, slutade/slöt, slutat/slutit
  • stänga (om en dörr, lucka eller liknande)
sluiten
  • upphöra med en vana
ophouden
  • upphöra med handling som utförs just nu
onderbreken
  • stadfästa en överenskommelse
afspreken
Wiktionary Links
  • ελληνικά: Slot
  • Nederlands: slot