Fell – Deutsch–Nederlands translations
🇩🇪 de nl 🇳🇱
Fell noun {n}
Fell, Felle
/fɛl/
|
|
|---|---|
|
huid |
|
pels |
- jemandem das Fell gerben
- iemand op zijn donder geven, iemand op zijn huid geven
- jemandem das Fell über die Ohren ziehen
- iemand het vel over de neus trekken, iemand het vel over de oren halen
- Man soll das Fell des Bären nicht verteilen, bevor er erlegt ist.
- de huid niet verkopen voor de beer geschoten is
- man soll das Fell des Bären nicht verteilen, bevor er erlegt ist
- men moet de huid niet verkopen voordat de beer geschoten is
Wiktionary Links
- Deutsch: Fell