aankleden – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

aankleden verb

  • 2. iemand kleren aandoen
ankleiden
  • 3. zijn kledij aantrekken
ankleiden, anziehen
  • 1. meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien
dekorieren, verzieren
Wiktionary Links