afdoen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

afdoen verb

  • 3. ten einde brengen, niet langer werkzaam of geldig zijn
Lack
  • 2. een sieraad of kledingstuk afleggen
abhauen
  • 4. minder belangrijk maken
abschwächen
  • 1. een gerezen vraag of tegenwerping als onbetekenend voorstellen
abweisen

afdoen

abgelten
Wiktionary Links