ankeren – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

ankeren verb

  • 1. het anker uitgooien met de bedoeling het schip hiermede aan de bodem van het vaarwater vast te leggen, voor anker gaan, voor anker leggen
  • 2. voor anker leggen
  • 3. zich ergens een vaste positie verwerven, een zitplaats bemachtigen, ergens gaan wonen
ankern
  • 4. iets vastmaken/vastzetten met ankers
verankern
Wiktionary Links