🇳🇱 nl de 🇩🇪
been noun
/beːn/
|
|
|---|---|
|
Bein |
|
Knochen |
- met een been in het graf staan
- mit einem Fuß im Grab stehen
- been van vlees
- Fleischkeule
- door merg en been gaan
- durch Mark und Bein gehen
- een blok aan het been hebben
- sich einen Klotz ans Bein binden
- met het verkeerde been uit bed gestapt zijn
- mit dem linken Fuß zuerst aufgestanden sein
- iemand is met het verkeerde been uit bed opgestaan
- jemandem ist eine Laus über die Leber gelaufen