bewoning – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

bewoning noun

  /bə.ˈwo.nɪŋ/ , /bə.ˈʋo.nɪŋ/ , /bə.ˈβ̞o.nɪŋ/
  • 1. de permanente aanwezigheid van een bepaalde plaats
Wohnen
Wiktionary Links