Nederlands Deutsch
bijl /bɛɪ̯l/, /bɛːɫ/
  • 1. een hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt...
die Axt (Pl.: die Äxte) {f} akst
das Beil (Pl.: die Beile) {n} baɪ̯l
de bijl aan de wortel die Axt an die Wurzel legen
Wiktionary Links