blik – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

blik noun

  • 2.1 cilindervormig luchtdicht afgesloten vaatje van dun metaal
Dose, Büchse, Konservenbüchse, Konservendose, Blechbüchse, Blechdose
  • 1. metaal dat tot dunne bladen is uitgeslagen
Blech
  • 3.3 een blikken plaat (ook wel van ander materiaal) met handvat om stof en vuilnis in op te vegen
Kehrblech
  • 1.1 vertind dun plaatstaal
Weißblech

blik noun

  • 1. enkele oogopslag
Augenaufschlag
  • 2. tijd die voor een oogopslag nodig is
Augenblick, Moment, Nu
  • 4. gerichte waarneming met de ogen
  • 5. vermogen om te zien
Blick
  • 3. manier van kijken, gezichtsuitdrukking
Blick, Miene
  • 6. bepaald soort plant, Potentilla anserina
Gänsefingerkraut
Wiktionary Links