blok – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

blok noun

  • 1. een vaak hoekig massief stuk materiaal
  • 3. een onderdeel van een fluit
Block
  • 2. een katrol
Rolle

🇩🇪 de nl 🇳🇱

blöken verb

blöke, blökte, habe geblökt   /ˈbløːkn̩/
  • vor allem von Schafen und Rindern: laut und langgezogen schreien, brüllen
blaten
Wiktionary Links