botsen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

botsen verb

  /ˈbɔt.sə(n)/
  • 1. met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen
zusammenstoßen, prallen
  • 2. in een conflict of ruzie geraken
zusammenstoßen, anecken, aufeinanderstoßen
Wiktionary Links