contact – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

contact noun

  /kɔn.ˈtɑk/ , /kɔn.ˈtɑkt/
  • 1. een toestand waarbij twee voorwerpen elkaar raken
  • 2. onderlinge communicatie
  • 3. een contactpersoon
  • 4. een verbinding van twee elektrische geleidingen
  • 5. een elektrische schakelaar
  • 6. de grens tussen stollings- en nevengesteente
Kontakt
Wiktionary Links