dagen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

dagen verb

  /ˈdaɣə(n)/ , /ˈdaχə(n)/
  • 1. dag worden
dämmern, tagen
  • 3. beginnen te beseffen, beginnen bewust te worden
klar werden
  • 2. dagvaarden: de opdracht geven op een bepaalde dag voor het hof te verschijnen
vorladen
Wiktionary Links