deel – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

deel noun

  /ˈdeːl/
  • 1. een afsplitsing van een geheel
  • 2. één uit een reeks
Teil

deel noun

  /ˈdeːl/
  • 1. een werkruimte in de stal of schuur van een boerderij
Deele, Tenne
Wiktionary Links