dumpen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

dumpen verb

  • 4. een relatie beëindigen, een geliefde afdanken
fallen lassen, Schluß machen
  • 2. storten, lozen
abladen
  • 3. zich ontdoen van (dingen en mensen)
abschieben, loswerden
  • 1. produkten onder de gangbare prijs verkopen
zu Dumpingpreisen verkaufen
Wiktionary Links