etwas – Deutsch–Nederlands translations
🇩🇪 de nl 🇳🇱
etwas indefinitePronoun
/ˈɛtvas/
|
|
|---|---|
|
iets |
Etwas noun {n}
Etwas, Etwasse
/ˈɛtvas/
|
|
|---|---|
|
aangelegenheid |
- etwas rückgängig machen
- breken, iets annuleren, iets herstellen, iets terugdraaien, iets terugzetten, ongedaan maken
- etwas Lügen strafen
- logenstraffen
- etwas in Abrede stellen
- ontkennen
- jemandem etwas hoch anrechnen
- aanbrengen
- etwas in den Raum stellen
- vormen
- etwas mit Argusaugen beobachten
- behouden
- etwas zur Strecke bringen
- inpakken
- etwas kommt jemandem spanisch vor
- dat is Chinees voor mij
- etwas im Auge haben
- iets in het oog houden, keep an eye on something, iets op het oog hebben