Nederlands Deutsch
fles /flɛs/
  • 1. een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
die Flasche (Pl.: die Flaschen) {f} ˈflaʃə
Buddel
naar de fles grijpen zur Flasche greifen t͡suːɐ̯ ˈflaʃə ˈɡʁaɪ̯fn̩
Wiktionary Links