gapen – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

gapen verb

  /ˈɣa.pə(n)/ , /ˈɣaː.pə(n)/ , /ˈχa.pə(n)/
  • 1. heel diep inademen met de mond ver open, moeilijk om bewust tegen te gaan
gähnen
  • 3. wijd openstaan
klaffen
  • 2. met open mond vol verwondering ergens naar kijken
gaffen
Wiktionary Links