🇩🇪 de nl 🇳🇱

Hut noun {m}

Hut, Hüte   /huːt/
  • an die Kopfform angepasste Kopfbedeckung
  • Mykologie: oberster Teil eines Ständerpilzes und mancher Schlauchpilze
hoed

hüten verb

hüte, hütete, habe gehütet   /ˈhyːtn̩/
  • transitiv: aufpassen auf, wobei meist Tiere, aber auch Kinder gemeint sind
  • figurativ: an einem Ort bleiben, wobei meistens das Bett gemeint ist
  • für sich behalten; nicht erzählen
bewaken
  • reflexiv: sich vor etwas oder jemandem in acht nehmen
opletten

🇳🇱 nl de 🇩🇪

hut noun

  /ɦʏt/
  • (bouwkunde) primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)
  • eenvoudige behuizing als vacantieverblijf op een kampeerterrein of in recreatiegebied
Hütte
  • (scheepvaart) ruimte aan boord van een schip voor werkzaamheden van de bemanning, of als accommodatie voor passagiers
Kabine
  • schuilgelegenheid in de bergen
Berghütte
Wiktionary Links
  • Deutsch: Hut
  • Nederlands: hut