im – Deutsch–Nederlands translations
🇩🇪 de nl 🇳🇱
im
/ɪm/
|
|
|---|---|
|
in |
- die Katze im Sack kaufen
- een kat in de zak kopen
- im Sand verlaufen
- stranden, verzanden
- Jungfer im Grünen
- juffertje-in-het-groen
- im Handumdrehen
- in een handomdraai
- im Nu
- oogwenk
- im Allgemeinen
- doorgaans, in het algemeen
- Sturm im Wasserglas
- storm in een glas water
- nicht alle Tassen im Schrank haben
- het zwarte garen niet hebben uitgevonden, ze niet alle vijf hebben, ze niet alle vijf op een rijtje hebben
- im Großen und Ganzen
- alles bij elkaar genomen
- im Sterben liegen
- op sterven liggen, op zijn sterfbed liggen