kast – Deutsch–Nederlands translations

🇳🇱 nl de 🇩🇪

kast noun

  /kɑs/ , /kɑst/
  • 1. een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
Schrank, Kasten
  • 3. gevangenis
Bau
  • 4. een groot gebouw
Kasten
  • 2. een televisietoestel (meestal als verkleinwoord: kastje)
Kiste
Wiktionary Links