Nederlands Deutsch
klimaat
  • 1. de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
Klima {n} ˈkliːma
maritiem klimaat das Seeklima (Pl.: die Seeklimate) {n} ˈzeːˌkliːma
oceanisch klimaat das Seeklima (Pl.: die Seeklimate) {n} ˈzeːˌkliːma
continentaal klimaat das Kontinentalklima (Pl.: die Kontinentalklimate) {n} kɔntinɛnˈtaːlˌkliːma
Wiktionary Links